Rol van de leerkracht

Percepties van leerkrachten worden beïnvloed

Vanuit de evaluaties van het gelijkenkansenbeleid weten we dat veel scholen een ontzettend lange weg hebben afgelegd in het omgaan met diversiteit. (Delrue & Verlot, 2010) 1 Professionaliseren van leerkrachten en scholen in het positief benaderen van diversiteit vraagt om de nodige competenties. Ondanks het feit dat we hierin een positieve evolutie zien, wordt de meertaligheid en de thuistaal van (anderstalige) leerlingen nog te weinig gezien als een didactisch kapitaal.

“Meertaligheid is een troef, daar ben ik het absoluut mee eens, maar toch geen Berbers zeker?” (leerkracht 5de leerjaar)

De percepties van leerkrachten over leerlingen hebben een impact op de verwachtingen die ze koesteren over hun mogelijkheden en capaciteiten. Deze verwachtingen hebben een invloed op hun schoolprestaties. Lage verwachtingen van leerkrachten over schoolprestaties beïnvloeden die prestaties op een negatieve manier. (Creemers & Kyriakides, 2008) 2, (Van Avermaet, P., Van den Branden, K., Heylen, L. (red.) Goed geGOKt?, Garant 2010.), (Speybroeck, 2013) 3, (Rhodes & Huston , 2012) 4, (Agirdag, Van Avermaet & Van Houtte, 2013) 5

“Het is niet omdat die gasten geen Nederlands kunnen dat ze geen verstand hebben hé. Ik bedoel… ze kunnen misschien nog niet echt veel vertellen in het Nederlands, maar ze kunnen wel rekenen, technische constructies bouwen, hoogspringen,… We moeten stoppen met te kijken naar wat ze niet kunnen. Er is zoveel dat ze wel kunnen.” (directie)

Hoge verwachtingen zijn dus belangrijk om leerlingen hoog te laten presteren. En net daar wringt vaak het schoentje als het gaat over verwachtingen van leerkrachten ten aanzien van anderstalige en meertalige leerlingen. Deze verwachtingen worden onder meer beïnvloed door wat er op cultureel, sociaal en politiek vlak leeft in de maatschappij.

Drie beïnvloedende factoren.

De eentaligheidsideologie

In een eentaligheidsideologie geldt in de samenleving en het onderwijs slechts één taal als de norm: de standaardtaal. Andere talen of bepaalde taalvariëteiten zoals dialecten en sociolecten (talen die mensen spreken omdat ze tot bepaalde sociale groepen behoren, bv. jongerentaal) worden volgens de eentaligheidsideologie als minderwaardig beschouwd. Vanuit dit denkpatroon wordt ook gesteld dat deze talen en taalvariëteiten geen nut hebben voor schoolsucces en maatschappelijke integratie.

“Ik heb hier Italiaanse kinderen, ik heb hier Marokkaanse kinderen, ik heb hier Turkse kinderen, ‘k heb hier Belgische kinderen. Dus ja, ik vind…, dan is er ergens een grens. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik geen eerbied heb voor hun thuiscultuur en thuistaal. Absoluut niet. Maar wij hebben toch ook ergens een taak om ze klaar te stomen voor de maatschappij en in deze maatschappij wordt Nederlands gepraat.” (leerkracht)

Taaldeficitdenken

In een taaldeficit-denken worden bepaalde talen en taalvarianten (bv. dialect) als een belemmering gezien voor het leren van de schooltaal. Of schooltaalproblemen worden gezien als een opvoedingsprobleem van ouders. In dit taaldeficit-denken wordt anderstalig zijn louter als een probleem beschouwd en zelden als een bron van persoonlijke en maatschappelijke rijkdom (Van Gorp, 2011). 6

Het taaldeficit-denken lijkt niet van toepassing te zijn op alle talen. In het denken over talen wordt vaak met twee maten en gewichten¨ gewogen. Terwijl bepaalde talen (bv. Berbers) of taalvarianten (bv. dialect) als een belemmering worden gezien voor schools en maatschappelijk succes, worden andere talen (bv. het Engels of Chinees) en taalvarianten (bv. gebarentaal, het jargon van een advocaat) net als een verrijking gezien.

Samenstelling van de schoolpopulatie

Onderzoek toont ook aan dat het ‘soort’ school waarin leraren lesgeven een invloed heeft op de verwachtingen die leraren koesteren ten aanzien van hun leerlingen. Zo stelden onderzoekers (Agirdag et al., 2012) 7 vast dat leerkrachten die werken in scholen met hoge percentages van leerlingen met een migratieachtergrond en leerlingen met een lage socio-economische status, gemiddeld lagere verwachtingen koesteren over de onderwijsmogelijkheden van hun leerlingen. Deze lagere verwachtingen communiceren leerkrachten op een impliciete manier aan de leerlingen, bijvoorbeeld door leerlingen voortdurend aan te sporen om enkel Nederlands te spreken.

Belangrijke aandachtspunten

Alles begint met een grondhouding. 8

“Bij ons krijgen ze daar opmerkingen over, op de speelplaats worden ze daar op aangesproken en in de klas ook. Ja dan noteren we het. Als het echt te vaak gebeurt dat ze in een andere taal dan het Nederlands praten dan zeg ik : maak een keer een werkje in het Nederlands. Ja, dat gebeurt echt wel, want als we dat niet doen dan is het Frans, Frans, Frans. Ze vinden dat cooler zeker? Of interessanter? Misschien doen ze het wel net omdat het niet mag.” (leerkracht)

Thuistaal bestraffen wat zeggen leerlingen?

In dit filmfragment krijgen we te horen hoe leerlingen het bestraffen van hun thuistaal ervaren en ermee omgaan.
Lees vooraf de begeleidingsfiche.
Thuistaal bestraffen, wat zeggen leerlingen?

Een positieve houding van de leerkrachten ten opzichte van de thuistaal doet wonderen voor het welbevinden van de leerlingen. Dit lijkt eenvoudiger dan het vaak is. Een positieve houding aannemen ten aanzien van talige diversiteit vereist van leerkrachten en van de school een mentaliteitsverandering en dat vraagt tijd, ondersteuning en professionalisering.

Kennis is nodig

“Die leerling is nu al een half jaar bij ons in de klas en nog steeds zegt hij niks in de kring, ik heb geen idee of dit normaal is of niet.” (leerkracht 1ste leerjaar)

De houding van de leerkracht tegenover talendiversiteit wordt mede gevormd door de kennis die leerkrachten al dan niet hebben over de verschillende aspecten van talendiversiteit.

“Als kinderen meertalig worden opgevoed thuis, … ik denk dat dat een pluspunt is. Ik vind het zeer jammer dat mijn kinderen niet meertalig worden opgevoed. Ik denk dat ze gewoon meer kansen hebben. Máár, ik vraag mij dan af, als ze daardoor in geen enkele taal heel goed zijn, of het dan wel een pluspunt is. Je ziet heel goed dat er kinderen heel goed mee om kunnen gaan, maar er zijn er ook andere. Taal heeft niet altijd… Allez, ’t zijn niet altijd de kinderen die thuis een andere taal horen, die hier slecht scoren op Nederlands, dat is het zeker niet hé. Je hebt er die daar mee om kunnen gaan, maar je hebt er die dat echt niet lukt. En dan vraag ik mij af, waaraan ligt dat?” (zorgcoördinator)

Leerkrachten die kennis hebben over meertalige taalontwikkeling, weten dat er verschillende fasen zijn in de meertalige taalverwerving en dat de ‘stille periode’ normaal is. En ze weten ook dat in principe allé kinderen in staat zijn om meerdere talen goed naast elkaar te verwerven.

Maak leerkrachten bewust van hun percepties en handelen

Om de leer- en ontwikkelingskansen van leerlingen te maximaliseren, is het noodzakelijk dat leraren zich bewust zijn van hun percepties tegenover de talen die leerlingen spreken, de verwachtingen tegenover de capaciteiten van leerlingen die andere talen spreken en de wijze waarop dit zich vertaalt in interacties met leerlingen en het didactisch handelen in de klas.

“We stellen inderdaad gemakkelijkere vragen aan onze anderstalige kleuters. Omdat we denken dat ze anders geen antwoord kunnen geven.” (kleuterleidster)

Organiseer observatiemomenten

Het inzetten van klasobservaties kan een sterk hulpmiddel zijn om leerkrachten zicht te laten krijgen op eigen percepties en verwachtingen ten aanzien van anderstalige leerlingen en wat de invloed daarvan is op hun didactisch handelen. Zo gingen we een kijkje nemen in een kleuterklas. Ondersteunde informatie over observeren, feedbackgesprekken en hospiteren kan je vinden in deze begeleidingsfiche:
Observeren, feedbackgesprek en hospiteren

“Wij vinden dat onze anderstalige leerlingen niet betrokken zijn bij de kringmomenten. Is dat ook effectief zo?” (kleuterleidsters)

Praktijkvoorbeeld

Besluit na de observatie en feedbackgesprek.
De betrokkenheid van de anderstalige kinderen bij het kringgesprek lijkt niet lager dan dat van de Nederlandstalige kinderen, ook al drukken ze zich minder (talig) uit. Taal heeft dus niet zozeer invloed op de betrokkenheid maar wel op het al dan niet (talig) kunnen participeren aan het kringgesprek.

De juf toont een houten xylofoon naar aanleiding van een verhaal van enkele kinderen die een xylofoon zagen in een park. Ze vraagt aan de groep: “Weet iemand waarom er een lange en een korte lat is?” De meeste kinderen reageren niet. Sommige kinderen steken hun vinger op, Yusuf (een anderstalige leerling) reageert spontaan met “Ti ti, too too”. De juf laat één van de andere kinderen die hun vinger opsteken, antwoorden. (observatie in kleuterklas)

Besluit na observatie en feedbackgesprek.
De kleuterleidsters gingen niet in op de uitingen van Yusuf omdat ze dachten dat het voor hem te moeilijk zou zijn om uit te leggen wat hij bedoelt. (lage verwachting) Nochtans is dit een mooie kans om in te gaan op de belevingswereld van het kind en vanuit die beleving het kind te betrekken bij het gesprek en eventueel andere kinderen in te schakelen om hem te ondersteunen in het uiten van zijn boodschap. Bv. wat zou Yusuf bedoelen met ‘ti ti, too too’? (Validivbegeleidster)

Leren is experimenteren, ervaren en uitwisselen

Een positieve houding creëert ruimte om talendiversiteit te waarderen en benutten in een krachtige leeromgeving. ? Leerkrachten hebben vaak wat koudwatervrees en als coach kan je hen ondersteunen in het opzetten van kleine acties. Op die manier ervaren ze dat je écht geen wonderen hoeft te verrichten om talige diversiteit in te zetten in de klaspraktijk. Meer informatie over intervisie kan je vinden in de begeleidingsfiche:
Intervisie

Geef leerkrachten de opdracht om bij het uitwerken van een nieuw thema aandacht te geven aan het zichtbaar maken, waarderen of benutten van talige diversiteit.
Het luik ‘Inspiratie’ kan hierbij een hulpmiddel zijn.

Laat leerkrachten indien mogelijk in duo’s werken of per graad.
Voorzie reflectiemomenten waarbij leerkrachten ervaringen kunnen delen en leren van elkaar Maar ook intervisies opzetten, teamteaching, bijscholingen door externen,… kunnen ondersteunend zijn.

Dit vraagt een doordachte en doelgerichte aanpak waarbij zowel de leerkrachten alsook de leerlingen specifieke vaardigheden ontwikkelen.

Omgaan met gevoelens van controleverlies.

“All that is needed is a bit of good will, a willingness to let go of total teacher control, and the taking up of the position of learner, rather than of teacher.” (García, 2012 )9

In het evaluatieonderzoek van het project ‘Thuistaal in onderwijs’ (Ramaut, Sierens & Buyltinck, 2013) 10 zagen de onderzoekers dat leerkrachten die op een flexibele manier kunnen en durven inspelen op wat zich aandient en samen met de leerlingen goede afspraken maken over de spelregels rond thuistalen, er meestal ook veel beter in slagen om de thuistaal een plek te geven in de klas dan leerkrachten die krampachtig blijven vasthouden aan elke vorm van controle. Deze aanpak creëert een positief, veilig en motiverend klimaat waarin er veel kansen zijn tot meer leren en beter samenleven in de klas.

Gevoel van controleverlies in klasmanagement en lesgeven.

“Ik probeerde een aantal activiteiten uit en ik merkte dat dergelijke activiteiten vaak wat losser zijn, minder gestuurd. Het zijn vooral de kinderen die initiatief nemen en dat doen ze ook, maar ik voel me toch wat onwennig in mijn nieuwe, andere rol.” (leerkracht 2de leerjaar)

Meertaligheid toelaten in de klas veronderstelt van leerkrachten dat zij hun drang naar controle over hun klas kunnen loslaten. Leerkrachten die controleverlies ervaren, voelen zich soms uit hun rol als leerkracht gezet.

“Toch vind ik het niet vanzelfsprekend, ze praten dan onderling in hun thuistaal en ik weet eigenlijk niet of ze met de opdracht bezig zijn.”
(leerkracht 5de leerjaar)

Thuistaal in groepswerk, wat doet dat met mij?

Tijdens dit filmfragment horen we het verhaal van een onderzoekster die Turkstalige leerlingen in groepjes aan het werk zet. De leerlingen mogen indien ze dat willen hun thuistaal hierbij gebruiken.

Maak gebruik van de bijhorende begeleidingsfiche.

Thuistaal in groepswerk, wat doet dat met mij?

Meer tips voor de leerkracht:

Tips voor de leerkracht bij gevoel van controleverlies in de klas.

Gevoel van controleverlies op de speelplaats.

“Zorgt het toelaten van alle talen niet voor kliekjesvorming op de speelplaats?” (directie)

Een veelgehoorde bekommernis is dat er op school kliekjes ontstaan rond bepaalde talen. Maar bij de vorming van kliekjes speelt taal zelden de doorslaggevende rol. Gedeelde interesses zijn veel belangrijker. Kliekjes zijn ook een erg normaal gegeven waar alle scholen mee te maken hebben. Vindt je het echter als school belangrijk dat iedereen met elkaar speelt op de speelplaats of tijdens het hoekenwerk, dan zal je moeten ingrijpen in de dynamiek van een groep.

Meer tips voor de leerkracht:

Tips voor de leerkracht bij gevoel van controleverlies op de speelplaats.