Hands up!

Een interactieve methodiek om percepties bloot te leggen.

Deze werkvorm is zeer laagdrempelig en biedt snel inzicht in de perceptie van een team op het omgaan met talige diversiteit in de klas en de school. Het voordeel van deze methodiek is dat zowel de struikelblokken als de positieve ervaringen én de leervragen van de deelnemers worden blootgelegd. Bovendien geeft deze werkvorm alle deelnemers de kans om, alvorens tot een algemene uitwisseling over te gaan, eerst individueel de eigen ervaringen neer te schrijven.

“Het is (soms) goed om snel een aantal zaken bloot te leggen en er concreet mee aan het werk te gaan.” (coach)

Doel

• Peilen naar wat er leeft in een team.
• Zoeken naar gemeenschappelijkheden en verschillen in het team.
• Eerste aanzet om doelen en acties te formuleren.

Voor wie

Voor een kernteam of een deelteam. Voor volledige teams van een zekere grootte zijn er meerdere bijeenkomsten nodig.

Tijd

60 tot 90 min

Hoe

De deelnemers beantwoorden individueel en schriftelijk 5 vragen m.b.t. omgaan met talige diversiteit. Vervolgens gaan ze in groepjes aan de slag. Tot slot presenteren ze hun bevindingen aan de grote groep en zoeken ze samen naar mogelijke acties voor de klas- of de schoolwerking.

Materiaal

Stiften, een bord, grote flappen (evenveel als aantal groepen), A3- papier (evenveel als deelnemers)

Verloop

Stap 1: Opwarmertje

Maak willekeurige groepen van max. 5 deelnemers per groep. Geef elke deelnemer een blad. De deelnemers schrijven ‘talige diversiteit’ bovenaan hun blad en noteren wat bij hen opkomt. Benadruk dat het nu vooral om het oplijsten gaat. Verder bespreken volgt later.

Stap 2: Delen

Laat de deelnemers in hun groepje bespreken wat ze hebben opgeschreven. Vraag aan elk groepje wat zoal naar boven is gekomen. Geef aan dat talige diversiteit een breed begrip is.

Stap 3: Handje

Iedere deelnemer ontvangt een blanco A3- blad. Vraag de deelnemers om hierop de omtrek van hun hand te tekenen. Stel hen nu één van de volgende vragen per vinger:

Duim: Wat is voor jou de meerwaarde van talige diversiteit?

Optie: wat is de meest geslaagde activiteit die je tot nu toe gedaan hebt m.b.t omgaan met talige diversiteit?

Wijsvinger: Welke specifieke vraag heb je m.b.t. omgaan met talige diversiteit?

Optie: waarin wil jij groeien in het omgaan met talige diversiteit?

Middelvinger: Wat vind je lastig om mee om te gaan aan talige diversiteit?

Optie: waarvan krijg je het op je heupen bij het omgaan met talige diversiteit?

Ringvinger: Wat is voor jou een gulden regel in het positief omgaan met talige diversiteit?

Optie: Wat is voor jou het allerbelangrijkste om voor ogen te houden bij het omgaan met talige diversiteit?

Pink: Waarin voel jij je ondeskundig als het gaat over talige diversiteit?

Optie: waarin voel jij je onzeker m.b.t. talige diversiteit?

Vraag aan de deelnemers om alle vragen in te vullen. Vertel hen vooraf dat het de bedoeling is dat ze hun antwoorden in kleine groep gaan bespreken. We voorzien enkele richtvragen bij deze werkvorm, maar uiteraard kunnen deze vragen vervangen worden door andere.

Stap 4: Uitwisselen

Nodig de subgroepen uit om hun antwoorden met elkaar te delen. De deelnemers krijgen per groep een grote flap waarop ze een groot hand tekenen.
Vertel dat ze straks samen de flap aan de andere groepen moeten voorstellen. Vraag aan de groepen om de meest opvallende zaken op de grote flap neer te schrijven aan de hand van deze hulpzinnen.

  • Waar zijn we het over eens?
  • Welke grote verschillen in meningen of aanpak stellen we vast?
  • Wat was verrassend?

Stap 5: Presentatie

Hang de verschillende flappen omhoog in de ruimte. Geef iedereen de tijd om de eigen flap voor te stellen en geef de andere deelnemers de tijd om eventueel vragen te stellen.

Een optie: 1 blijft 4 gaan.
Als je met subgroepen werkt, kun je deze werkvorm toepassen. Elke subgroep maakt een poster. De groepen zoeken in hun club iemand die bereid is om bij de poster te blijven en uitleg te geven. De anderen schuiven straks door naar de overige posters om te luisteren, aan te vullen en vragen te stellen. Eens iedereen terug bij zijn oorspronkelijke poster belandt, nemen de groepen de tijd om de blijver in te briefen. De blijver licht daarna op zijn beurt nog eens toe welke vragen en opmerkingen de ‘bezoekers’ hadden.

Stap 6: Besluit

Zoek als coach naar overlap, verschillen, naar gedragen acties, visie, gemeenschappelijkheden, noden,… Met andere woorden, maak samen met de groep een synthese van wat er leeft in het team. Vraag de deelnemers wat hen het meeste opvalt en waar er uitdagingen liggen.

Lijst die uitdagingen op en hertaal ze naar concreet meetbare doelstellingen.
Via het SMART-principe kun je nagaan of de doelstellingen meetbaar zijn.
Specifiek: de doelstelling moet eenduidig zijn.
Meetbaar: onder welke (meetbare/observeerbare) voorwaarden of vorm is het doel bereikt?
Acceptabel: is deze acceptabel genoeg voor de doelgroep en/of management?
Realistisch:de doelstelling moet haalbaar zijn.
Tijdgebonden: wanneer (in de tijd) moet het doel bereikt zijn?

Formuleer de doelstellingen van de methodiek voor de leerkrachten.
Blijf dit bij elke werkvorm doen, ook al zijn de doelstellingen (voor jou) evident. Sommige deelnemers hebben hier veel aan. Ze hebben een sterke behoefte om te weten en te zien waar deze oefening voor dient.

Leg bij de synthese duidelijke linken tussen de verschillende handjes.
De metafoor van de hand is hier een zeer dankbaar (handig!) gegeven. Elke vinger heeft zijn nut en functie. Maar de werkelijke meerwaarde zit in het samenspel van de vingers en de mogelijkheden die daardoor ontstaan. Linken naar “in de vingers krijgen”, “de knepen van het vak”,… zijn zo gemaakt.

Bij grote groepen (meer dan 25 deelnemers)
is het aangewezen om voor de synthese een aparte bijeenkomst met een kleiner kernteam te voorzien. Grote betrokkenheid heeft zo zijn praktische gevolgen. Kijk hoe je zo veel mogelijk input van de deelnemers kunt bewaren en verwerken tot een werkbaar geheel. Werk met invulsjablonen, notulisten,…

Komen er veel opmerkingen naar boven, kritische vragen, bedenkingen, bezorgdheden, vragen om verduidelijking,…? Prima. Dat is goed nieuws. Dat de zaken er niet eenvoudiger op worden, nemen we erbij. Geef ruimte aan de deelnemers om zich te uiten en werk van daaruit verder. De methodiek ‘Tweekolommengesprek’ kan daarbij een hulpmiddel zijn.
Ondersteunende informatie hierover kan je vinden in:
Tweekolommengesprek